Ombudsman: kinderrechten onder druk in Curaçaose jeugdinstellingen

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Tekorten aan opvangplaatsen, gekwalificeerd personeel en geld zetten de rechten van kinderen in Curaçaose jeugdinstellingen onder druk. Kinderen verblijven daardoor soms op plekken die niet bij hun situatie passen en krijgen niet altijd de zorg die zij nodig hebben. Jongeren die achttien worden, kunnen bovendien hun opvang verliezen zonder dat wonen, inkomen of begeleiding voor daarna geregeld zijn. Dat blijkt uit een quickscan van de Ombudsman van Curaçao.


De Ombudsman, die ook Kinderombudsman is, begon het onderzoek eind 2024 na signalen dat het welzijn van kinderen in jeugdinstellingen onvoldoende werd gewaarborgd. Ook het VN-Kinderrechtencomité had Curaçao eerder opgeroepen de kwaliteit van de instellingen te verbeteren.

Voor het onderzoek zijn negen organisaties bezocht: zeven jeugdinstellingen waar kinderen vrijwillig of gedwongen verblijven en twee uitvoeringsorganisaties van de overheid. De Ombudsman bekeek de dagelijkse praktijk en vroeg onder meer klachtenregelingen en huisregels op.

Maar geen van de negen organisaties kon die gevraagde documenten aan de Ombudsman overgeleggen. Dat betekent overigens niet dat geen enkele instelling zo’n regeling heeft; verderop in het onderzoek blijkt dat sommige instellingen naar eigen zeggen wel een klachtenprocedure hebben.

De Ombudsman noemt vier structurele risico’s: onvoldoende kennis over kinderrechten, het ontbreken van een vaste kinderrechtentoets bij beslissingen, gebrekkige monitoring en tekorten aan plaatsen, personeel en geld.

Kinderen soms op verkeerde plek

Volgens de meeste gesprekspartners is er een tekort aan gekwalificeerd personeel en financiële middelen. Ook zijn er te weinig geschikte opvangplaatsen. Daardoor moeten kinderen soms tijdelijk verblijven op een locatie die niet passend is.

De Ombudsman waarschuwt dat daardoor onvoldoende maatregelen kunnen worden genomen voor hun ontwikkeling en veiligheid. Ook zijn er te weinig pleeggezinnen en gezinshuizen, terwijl opvang in een gezinsomgeving volgens internationale kinderrechtenregels juist de voorkeur heeft boven verblijf in een instelling.

Bij de zorg ziet de Ombudsman eveneens problemen. Door personeelstekorten en geldgebrek kunnen instellingen het dagprogramma niet altijd aanpassen aan wat individuele kinderen nodig hebben. Als voorbeeld worden kinderen met autisme genoemd die niet of beperkt aan het reguliere programma kunnen deelnemen en daardoor mogelijk niet de ondersteuning krijgen die nodig is voor hun ontwikkeling.

Sommige instellingen zeggen daarnaast onvoldoende geld te hebben om hun gebouwen goed te onderhouden. Dat kan volgens de Ombudsman gezondheids- en veiligheidsrisico’s opleveren.

Na achttiende verjaardag valt financiering weg

Bijzondere aandacht vraagt de Ombudsman voor jongeren die tijdens hun verblijf achttien worden. Vanaf die leeftijd vervalt de overheidsfinanciering aan de jeugdinstelling. In beginsel moeten zij dan vertrekken.

Instellingen proberen volgens het onderzoek soms zelf oplossingen te vinden om jongeren langer op te vangen, maar daarvoor bestaat geen uniforme regeling. Zonder goed toekomstplan lopen deze jongeren volgens de Ombudsman een groot en reëel risico op problemen zoals dakloosheid en schulden.

De Ombudsman adviseert de ministers van Justitie en Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn daarom vast te leggen dat een jongere pas vertrekt wanneer de zogenoemde Big Five op orde zijn: ondersteuning, wonen, school of werk, inkomen en welzijn.

Belang kind niet structureel getoetst

Een ander probleem is dat overheid en instellingen volgens de Ombudsman niet structureel toetsen of beslissingen daadwerkelijk in het belang van het kind zijn.

Het Kinderrechtenverdrag schrijft voor dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij maatregelen die kinderen raken. Uit geen van de gevoerde gesprekken bleek volgens de Ombudsman dat de overheid of instellingen hiervoor structureel een kinderrechtentoets uitvoeren.

Daardoor bestaat volgens de Ombudsman een reëel risico dat beleid, regelgeving en individuele beslissingen worden genomen waarbij het belang van het kind niet vooropstaat. Dat zou in strijd zijn met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

De Ombudsman werkt inmiddels aan een eigen kinderrechtentoets voor Curaçao en verwacht die voor het einde van dit jaar te publiceren.

Kinderen praten onvoldoende mee

Ook de inspraak van kinderen zelf is onvoldoende geregeld. De meeste instellingen houden wel groepsgesprekken en bij sommige kunnen kinderen bijvoorbeeld ideeën aandragen voor het dagprogramma of het eten.

Maar geen van de onderzochte instellingen gaf aan kinderen structureel te betrekken bij belangrijke individuele beslissingen over hun eigen leven of bij het opstellen van regels binnen de instelling. Schriftelijke procedures voor jeugdparticipatie ontbreken.

De Ombudsman adviseert daarom regels voor inspraak vast te leggen en personeel te trainen in het betrekken van kinderen bij beslissingen.

Klachtenregeling ontbreekt of is onbekend

Ook de mogelijkheid voor kinderen om een klacht in te dienen is niet overal goed geregeld. Niet alle instellingen hebben volgens de Ombudsman een formele klachtenprocedure. Waar die er wel is, wordt die niet altijd voldoende bekendgemaakt.

Bij slechts één van de bezochte instellingen stond de klachtenregeling duidelijk zichtbaar op de website. De Ombudsman wijst erop dat belangrijke informatie bovendien ook op papier beschikbaar moet zijn, omdat niet alle gezinnen op Curaçao over stabiel internet beschikken.

Als kinderen niet weten waar zij terechtkunnen met klachten, bestaat volgens de Ombudsman het risico dat mogelijke schendingen van kinderrechten niet aan het licht komen en dus ook niet worden hersteld.

Ook bij de overheid ziet de Ombudsman een lacune. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat klachten over jeugdinstellingen structureel worden geregistreerd en periodiek met de verantwoordelijke ministeries worden besproken.

Te weinig gegevens

Ten slotte ontbreekt voldoende informatie om precies vast te stellen hoe groot de problemen zijn. Volgens de Ombudsman wordt onvoldoende structureel gemeten of kinderrechten in instellingen worden nageleefd en of de situatie verbetert of juist achteruitgaat.

Binnen de Interlandelijke Taskforce Kinderrechten is inmiddels wel een monitoringssysteem ontwikkeld, maar de informatie daarover en de bijbehorende actieplannen waren volgens de Ombudsman niet openbaar beschikbaar. De overheid wordt opgeroepen die documenten te publiceren en daadwerkelijk met de monitoring te beginnen.

De Ombudsman benadrukt dat medewerkers van de instellingen ondanks de beperkte middelen proberen het beste voor de kinderen te doen. De verantwoordelijkheid voor voldoende opvang, personeel en financiering ligt uiteindelijk bij de overheid. De ministers van Justitie en SOAW zijn eindverantwoordelijk voor kinderen die onder hun verantwoordelijkheid in jeugdinstellingen verblijven.


220 keer gelezen

Deel dit artikel: